Decennialang was private equity het exclusieve domein van institutionele beleggers en de allerrijksten. Nieuwe regelgeving, geëvolueerde fondsstructuren en een groeiend (Belgisch) aanbod doorbreken die status quo. Wat betekent dit voor de portefeuille van de vermogende particulier?

De beurs toont slechts het topje van de ijsberg

Wie uitsluitend belegt in beursgenoteerde aandelen en obligaties, belegt in een minderheid van de reële economie. Wereldwijd zijn er circa 50.000 beursnoteringen tegenover honderden miljoenen privé-ondernemingen. Meer dan 99 procent van alle bedrijven is dus niet-beursgenoteerd. Dat is de wereld van private equity: groeibedrijven in technologie en gezondheidszorg, overnames van familiale ondernemingen, infrastructuurprojecten en alles daartussen.

Wie liquiditeit opgeeft en kapitaal langer vastlegt, wordt daarvoor beloond met een illiquiditeitspremie. Tegenover obligaties is die premie historisch fors en consistent. Tegenover beursgenoteerde aandelen is het verschil kleiner en sterk afhankelijk van managerselectie: topkwartielfondsen overtreffen de publieke markten ruim, terwijl het mediane fonds gecorrigeerd voor risico, leverage en fees vaak in lijn presteert. Met andere woorden: het rendement zit niet in de assetklasse zelf, maar in de keuze van de manager.

Waarom de poort lang gesloten bleef

Dat private equity decennialang voorbehouden was aan institutionelen, had weinig met filosofie te maken en alles met praktische barrières.

Klassieke private equity-fondsen werkten met forse minimuminvesteringen, onregelmatige kapitaaloproepen verspreid over meerdere jaren, vaste looptijden van tien tot twaalf jaar zonder uitstapmogelijkheid, en een complexe juridische structuur die professionele classificatie vereiste. Voor wie geen pensioenfonds of endowment was, bleef de toegang de facto gesloten ongeacht de omvang van het persoonlijk vermogen.

Het gevolg was een structurele ongelijkheid in het beleggingslandschap. Institutionelen bouwden decennialang rendement op in private markten, terwijl particuliere beleggers aangewezen bleven op publieke markten waar de concurrentie heviger is en de illiquiditeitspremie per definitie afwezig.

Wat er fundamenteel veranderd is

Twee ontwikkelingen mét een derde als Belgisch voordeel: regulatorisch en structureel het landschap onherkenbaar anders gemaakt.

ELTIF 2.0: de Europese opening

Op 10 januari 2024 trad het herziene Europese kader voor European Long Term Investment Funds (ELTIF 2.0) in werking. De herziening schrapte de oude retaildrempels van het ELTIF-regime (de minimuminleg van 10.000 euro en de 10 %-grens op het nettovermogen voor kleinere beleggers) en steunt voor de retailbescherming voortaan op de MiFID II-geschiktheidstoets. Daardoor is een veel breder publiek toegankelijk geworden, mits de geschiktheid op het niveau van de adviseur correct wordt beoordeeld.

Evergreen fondsen: een structuur op maat van particulieren

Parallel aan de ELTIF-groei kwam een nieuwe generatie fondsstructuren tot ontwikkeling: de evergreen fondsen. In tegenstelling tot klassieke closed-end fondsen hebben deze geen vaste einddatum. Ze trekken doorlopend kapitaal aan, recycleren exitopbrengsten direct in nieuwe investeringen en bieden periodieke uitstapmogelijkheden. Dit doorgaans per kwartaal en met liquiditeitsplafonds. De belegger stapt eenmalig of via periodieke bijstortingen in, volgt de waardeontwikkeling via reguliere rapportering en beslist zelf over bijstortingen of gedeeltelijke opnames. Geen onverwachte kapitaaloproepen. Geen verplichte herinvestering op een ongelegen moment.

De private privak: het Belgische voordeel

Naast de ELTIF beschikt België over een uniek eigen instrument: de private privak. Deze gereguleerde alternatieve instelling voor collectieve belegging brengt een besloten groep van minimaal zes niet-verbonden beleggers samen in een fonds dat investeert in niet-beursgenoteerde aandelen. Het fiscale kader is bijzonder gunstig: de privak van de eerste categorie betaalt geen vennootschapsbelasting op haar werkelijke beleggingsopbrengsten (dividenden, meerwaarden. Uitkeringen aan beleggers uit gerealiseerde aandelenmeerwaarden zijn vrijgesteld van roerende voorheffing en, in hoofde van de natuurlijke persoon, ook van personenbelasting (art. 106, §9 KB/WIB).

De huidige maximumlooptijd bedraagt 12 jaar, met twee verlengingen van 3 jaar mogelijk (totaal 18 jaar). De aangekondigde hervorming wil de basislooptijd verlengen naar 15 jaar, met de mogelijkheid van drie verlengingen van 3 jaar. Of die aanpassing in de aangekondigde vorm definitief wordt, hangt af van de verdere parlementaire behandeling.

Belangrijke nuance bij de nieuwe meerwaardebelasting: uitkeringen uit aandelenmeerwaarden door een private privak van de eerste categorie blijven RV- en PB-vrijgesteld. Een meerwaarde die de belegger zélf realiseert op zijn privak-aandelen valt daarentegen wél binnen het toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting van 10 %. De praktijk is dus gelaagd: het rendement uit doorstoot van fondsmeerwaarden blijft fiscaal beschermd, een eventuele verkoop van het privak-aandeel zelf niet.

Drie toegangspoorten vergeleken

Klassiek PE-fonds

Evergreen / ELTIF

Private privak

Looptijd

10-12 jaar, vast (+ verleng.)

Onbeperkt

12 jaar (+ 2× 3 jaar verleng.); hervorming voorziet 15 + 3× 3 jaar

Instap

bij oprichting & kapitaalsverhogingen

Doorlopend

Bij fondslancering & kapitaalverhogingen

Liquiditeit

Geen

Periodiek beperkt (vaak per kwartaal)

Geen

Fiscaal voordeel (BE)

Standaard

Standaard

RV- en PB-vrijstelling op uitgekeerde aandelenmeerwaarden

Toegang particulieren

Beperkt

Ja, via ELTIF 2.0

Ja, min. 6 niet-verbonden beleggers

Indicatief overzicht. Specifieke voorwaarden variëren per aanbieder en fonds.

Privé of via de vennootschap?

Voor de vermogende Belgische belegger stelt zich een extra strategische vraag: belegt u als privépersoon of via uw vennootschap?

Als privépersoon valt u sinds 1 januari 2026 onder de nieuwe meerwaardebelasting van 10 % op gerealiseerde meerwaarden uit financiële activa, met een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per persoon (geïndexeerd; tot maximaal 15.000 euro mits vijf jaar onbenut overdragen). Voor een aanmerkelijk belang van minstens 20 % geldt een afwijkend, getrapt regime met een vrijstelling van 1 miljoen euro per vijf jaar. Beleggingen in een private privak van de eerste categorie behouden hun gunstige positie voor wat de uitgekeerde aandelenmeerwaarden betreft.

Vennootschappen vallen buiten het toepassingsgebied van de nieuwe meerwaardebelasting en blijven onder het reguliere vennootschapsbelastingregime. Investeringen via de vennootschap kunnen onder voorwaarden de DBI-aftrek genieten, typisch bij directe participaties in normaal belaste, niet-beursgenoteerde vennootschappen, of bij investeringen in een privak van de eerste categorie die in “goede aandelen” belegt. Voor klassieke PE-fondsen die als Luxemburgse SCSp of vergelijkbare buitenlandse limited partnership zijn gestructureerd, is DBI doorgaans niet beschikbaar; de fiscale doorwerking moet dan transactie per transactie worden geanalyseerd. Sinds aanslagjaar 2026 geldt bovendien een bijkomende voorwaarde voor de verrekening van roerende voorheffing op DBI-dividenden uit privaks en DBI-beveks: de vennootschap moet aan minstens één bedrijfsleider de minimumbezoldiging (in principe 45.000 euro) toekennen.

De optimale keuze verschilt voornamelijk door de visie van de ondernemer.

4 aandachtspunten voor de belegger

- Illiquiditeit is geen nadeel, maar een voorwaarde. Private equity vraagt een beleggingshorizon van minimaal zeven tot tien jaar. Wie dat accepteert, wordt beloond met de illiquiditeitspremie. Wie dat niet kan, belegt beter niet in deze categorie.

- Selectie is allesbepalend. Het rendementsverschil tussen een topkwartiel-manager en een mediane manager overstijgt vrijwel alle andere beleggingskeuzes. Kies uw fondsbeheerder met dezelfde zorgvuldigheid als uw vertrouwde adviseur.

- Spreiding over vintagejaren en strategieën verlaagt timingrisico. Beleggen op meerdere instapmomenten en in verschillende fondsen vermijdt het specifieke risico van één zwak vintagejaar.

- De fiscale structuur bepaalt het nettorendement. ELTIF, evergreen fonds of private privak (privaat of via de vennootschap) elke combinatie leidt tot een ander fiscaal resultaat. Laat u grondig informeren vóór u instapt.

Besluit

De democratisering van private equity is een feit. De toegang is breder dan ooit, het Belgische aanbod groeit via ELTIF’s, evergreen fondsen en private privaks, en de fiscale spelregels zijn sinds 2026 grondig hertekend.

De vraag is niet langer óf private equity beschikbaar is voor de vermogende particulier. De vraag is hoe u de juiste structuur kiest, de juiste fondsbeheerder selecteert, en hoe private equity past in de bredere architectuur van uw vermogen. Dat vraagt om een adviseur die de markt kent én uw situatie begrijpt.