Bijna elke belegger heeft ze in zijn portefeuille: aandelen die ooit met veel overtuiging werden aangekocht, maar vandaag diep in het rood staan. Het verlies erkennen en effectief verkopen voelt zelden comfortabel. Toch kan de invoering van de Belgische meerwaardebelasting vanaf 2026 een goede aanleiding zijn om die afweging opnieuw te maken. Onder bepaalde voorwaarden kan zo’n verkoop namelijk een reëel fiscaal voordeel opleveren.
Tax-loss harvesting: een begrip uit het buitenland
In landen als de Verenigde Staten is tax-loss harvesting al lang gemeengoed. Beleggers verkopen er doelbewust verlieslatende posities om hun gerealiseerde meerwaarden te compenseren en zo hun belastingdruk te verlagen. Met de nieuwe Belgische meerwaardebelasting wordt een vergelijkbare denkwijze ook in eigen land relevanter. De spelregels zijn echter niet identiek, en dat verdient enige duiding.
Verliezen verrekenen: enkel binnen hetzelfde kalenderjaar
De Belgische regeling staat toe dat gerealiseerde beursverliezen worden afgetrokken van gerealiseerde meerwaarden, maar uitsluitend binnen hetzelfde kalenderjaar en binnen dezelfde categorie van financiële activa. Een overdracht naar vorige of toekomstige aanslagjaren is dus niet voorzien.
Stel u realiseert in een bepaald jaar een meerwaarde van 50.000 euro en verkoopt datzelfde jaar een positie met een verlies van 20.000 euro. Beide bedragen mogen tegen elkaar worden afgezet, waardoor slechts 30.000 euro belastbaar is. Aan het standaardtarief van 10 % komt dat neer op een potentiële belastingbesparing van 2.000 euro.
Belangrijk daarbij is dat de wet een onderscheid maakt tussen verschillende categorieën, zoals aandelen die deel uitmaken van een aanmerkelijk belang versus andere financiële activa. Verrekening gebeurt enkel binnen dezelfde categorie. Binnen de brede restcategorie van financiële activa kan een verlies op beursgenoteerde aandelen in principe wel worden afgezet tegen een meerwaarde op bijvoorbeeld crypto.
Wash sales: niet expliciet verboden, wel risicovol
De Belgische wetgever heeft, in tegenstelling tot sommige andere rechtsstelsels, geen specifieke antimisbruikbepaling rond zogenaamde wash sales uitgewerkt. Dat is de techniek waarbij dezelfde effecten verkocht en onmiddellijk opnieuw aangekocht worden, louter om fiscaal een verlies te ‘oogsten’. Toch betekent het ontbreken van een specifieke regel niet dat de strategie risicoloos is.
Naast praktische kosten zoals beurstaksen, transactiekosten en marktrisico, beschikt de fiscus over de algemene antimisbruikbepaling en het concept van het normaal beheer van privévermogen. Wanneer een verrichting enkel ingegeven blijkt door fiscale motieven, kan ze worden geherkwalificeerd of zelfs volledig genegeerd.
Het ‘fotomoment’ op 31 december 2025
Een sleutelelement in de nieuwe regeling is het zogenaamde fotomoment op 31 december 2025. In principe worden enkel de waardestijgingen belast die zich ná die datum voordoen.
Daarop bestaat één belangrijke nuance. Wie kan aantonen dat de oorspronkelijke aanschaffingsprijs hoger lag dan de waarde op 31 december 2025, mag tot en met 31 december 2030 met die hogere aankoopwaarde rekenen. In dat geval kan een belastbare meerwaarde geheel of gedeeltelijk wegvallen, een element dat in een doordachte planning zeker meegenomen moet worden.
Verliezen van vóór 2026 zijn niet aftrekbaar
Voor verliezen geldt geen vergelijkbare soepelheid. Enkel verliezen die effectief gerealiseerd worden vanaf 2026 komen in aanmerking voor verrekening. Voor het deel van het verlies dat te wijten is aan een waardedaling vóór 1 januari 2026, is dus geen fiscale aftrek mogelijk. Enkel het bijkomende verlies dat ontstaat na 31 december 2025 telt mee.
Met andere woorden leveren aandelen die al jaren stevig onder water staan niet automatisch een fiscaal voordeel op bij verkoop. Het loont dus om vóór elke transactie de cijfers en de timing zorgvuldig tegen elkaar af te wegen.
Geen vrijgeleide voor zuiver fiscale transacties
Hoewel tax-loss harvesting in België mogelijk wordt, betekent dat allerminst dat alles kan. De wetgever heeft bewust afgezien van een gedetailleerd kader zoals in sommige buitenlandse stelsels, en steunt op bestaande principes, zoals het normaal beheer van privévermogen en de algemene antimisbruikbepaling, om fiscaal gedreven constructies tegen te gaan. Elke situatie moet daarom in haar eigen context worden beoordeeld.
Eén tendens die alvast lijkt vast te staan, is dat de eindejaarsperiode vanaf 2026 voor heel wat beleggers niet alleen een moment van rust en reflectie wordt, maar ook van fiscale afweging.
B-sure als klankbord
Bij B-sure begeleiden we particulieren, ondernemers en families bij vermogensplanning, fiscale optimalisatie en financiële beslissingen die verder reiken dan vandaag. Onze adviseurs analyseren uw portefeuille, uw doelstellingen en uw fiscale situatie in samenhang, zodat u keuzes maakt die niet alleen fiscaal interessant zijn, maar ook bij uw langetermijnstrategie passen.
Neem gerust contact op met uw B-sure-adviseur voor een persoonlijk gesprek.