Nu de meeste bondscoaches van de deelnemende landen aan het komende WK hun selecties bekend hebben gemaakt, maak ik graag van de gelegenheid gebruik om hen succes te wensen; dat zullen de onze nodig hebben. Tegelijkertijd geef ik ze graag een gouden tip mee.
Het is de goede raad die mijn voormalige jeugdtrainer (die mij overigens om volstrekt begrijpelijke redenen uit het elftal verwijderde) constant langs de lijn schreeuwde: “Hou je ogen op de bal, man!”
En terecht. Negeer de schijnbewegingen van de tegenstander en blijf je focussen op het belangrijkste object op de grasmat: dat ronde ding dat in de netten aan de overzijde moet belanden.
Deze wijze les, overigens de enige die ik aan mijn korte voetbalcarrière heb overgehouden, pas ik tot vandaag de dag consequent toe op de financiële markten. Het helpt mij telkens weer om de erratische bewegingen van geopolitieke ontwikkelingen, verwarrende nieuwsflitsen en de waan van de dag te overstijgen. Blijf geconcentreerd op wat écht telt: de groei van de bedrijfsresultaten. De enige, échte bal op de grasmat.
Grafiek 1: Verwachte winstontwikkelingen in de VS
(Bemerk vooral de ongeziene sterkte van de (verwachte) bedrijfsresultaten in de Amerikaanse technologie-sector in het algemeen en de semi-conductoren in het bijzonder.)
Ondanks alle onzekerheid waarmee de hele planeet intussen wordt geconfronteerd, blijven de beurzen vandaag koppig hun gangetje gaan op een kronkelend, oplopend pad, rakelings langs een verraderlijke afgrond. Ze worden echter telkens gesteund door verrassend sterke bedrijfsresultaten. Die resultaten wijzen erop dat zich in de realiteit een zeer fundamentele trend aftekent, gekenmerkt door een toenemende productiviteit en winstgevendheid. Dit gaat gepaard met aanzwellende groeiverwachtingen voor de komende jaren en vertaalt zich schoksgewijs in hogere beurskoersen.
Met bijna alle bedrijven uit de Standard & Poor’s 500-index die inmiddels hebben gerapporteerd, is het nu al onmiskenbaar duidelijk dat het eerste kwartaal van 2026 één van de krachtigste seizoenen uit de recente geschiedenis vormt. Met een jaar-op-jaar winststijging van 27,7% is, in vergelijking met voorafgaande periodes, enkel het vierde kwartaal van 2021 nog beter geweest (toen gesteund door de heropening van de economie na de COVID-crisis).
Het is overigens al het zesde kwartaal op rij dat er dubbele winstcijfers worden opgetekend, waarbij de nettowinstmarges pieken tot een indrukwekkende 13,4% en de overgrote meerderheid van de bedrijven de winst- én omzetverwachtingen weet te overtreffen.
De mate waarin dit gebeurt is echter sterk afhankelijk van sector tot sector, met daarbinnen belangrijke verschillen tussen subsectoren en individuele bedrijven. Dit duidt op een sterke concentratie van de winstcreatie, voornamelijk bij de technologiereuzen zoals Apple en Alphabet, die alweer ontzagwekkende cijfers uit hun hoge hoed wisten te toveren. Zij leggen een duizelingwekkend tempo op dat slechts een handvol bedrijven uit andere sectoren kan volgen. Meestal zijn deze bedrijven direct of indirect gerelateerd aan de ongezien sterke groei van de investeringen in AI-infrastructuur.
We zien daarbij bedrijven die aan de lopende band ijzersterke resultaten neerzetten, zoals microchipontwerpers AMD en Broadcom, machinebouwers en nanotechnologiebedrijven als Applied Materials, Lam Research en KLA, of leveranciers van datacenteropslag zoals Seagate en Western Digital. Ook Vertiv Holdings, dat zorgt voor de noodzakelijke vloeistofkoeling, profiteert volop.
De absolute uitblinkers zijn momenteel te vinden bij de producenten van geheugenchips zoals Micron Technology. De allersterkste prestaties in deze categorie komen echter uit Zuid-Korea. SK Hynix blinkt uit, samen met de als Lazarus herrezen elektronicareus Samsung Electronics. Samsung moest in 2024 nog toegeven de boot helemaal te hebben gemist, maar dient zich nu aan als de belangrijkste leverancier van HBM-geheugenchips (High Bandwidth Memory), waar zich momenteel legendarische tekorten voordoen.
Denk echter niet te snel dat Samsung van plan is de capaciteit direct sterk uit te breiden in deze zeer cyclische markt; dit vereist immers miljardeninvesteringen en zal pas binnen enkele jaren de tekorten structureel kunnen aanvullen. Intussen voedt de enorme prijsstijging van deze onmisbare geheugenchips een ongeziene margestijging in deze subsector, wat zich momenteel vanzelfsprekend vertaalt in epische koerswinsten.
Maar ook in andere sectoren wisten sommige bedrijven verrassend goede resultaten te presenteren. Zelfs in de achterblijvende gezondheidssector kon bijvoorbeeld Eli Lilly met monsterwinsten uitpakken dankzij het succes van zijn afslankmiddelen. Ook de grote Amerikaanse banken wisten een aanzienlijke winstgroei te realiseren door de sterk toegenomen tradingvolumes, de opverende fusie- en overnameactiviteit en enkele belangrijke beursgangen (IPO’s) op de Amerikaanse markten.
Wanneer we een gedetailleerde blik werpen op de Amerikaanse bedrijfsresultaten, worden de bovengenoemde trends overduidelijk. In Tabel 1 vindt u de gerapporteerde en verwachte winst terug. Hieruit blijkt zowel de winstgeneratie per sector als het verrassende deel waarmee de verwachtingen werden overtroffen. In totaal bedraagt de gemiddelde winstverrassing momenteel 8,3%.
Tabel 1: Overzicht S&P 500 Resultaten Q1 2026
De belangrijkste bijdrage aan de totale winst van het eerste kwartaal van 2026 werd geleverd door de financiële sector (24,03%) en de IT-sector (29.72%). De grootste procentuele winstverrassingen zijn echter terug te vinden bij de energie- en materiaalsector, die hun verwachtingen met respectievelijk 24.,7% en 14% overtroffen. Omdat hun gewicht in de S&P 500-index relatief klein is (samen ongeveer 6,5%), is het overgrote deel van de totale winstverrassing van 8,5% toch afkomstig van de financiële sector en de technologiebedrijven. Zonder Nvidia zijn deze twee sectoren samen al goed voor zowat de helft van de meerwinst uit het eerste kwartaal.
Binnen de IT-sector is daarenboven het grootste gedeelte (ongeveer driekwart) van de winstverrassing toe te schrijven aan halfgeleiders (zoals Nvidia, Broadcom, AMD en Intel) en hardware (zoals Apple). Het deelsegment ‘system software’ levert weliswaar een substantiële bijdrage, maar kan deze winstverrassingen veel moeilijker vertalen naar beurswinsten: Bedrijven als Microsoft boeken weliswaar hoge winsten, maar de verdere groei kan mogelijk worden afgeremd door goedkopere AI-code en een afname van het aantal licenties.
Ook cybersecuritybedrijven zoals Fortinet, Cloudflare en CrowdStrike staan voor een belangrijk kruispunt. Het aantal cyberaanvallen dreigt enerzijds exponentieel toe te nemen op basis van nieuwe AI-ontwikkelingen, wat de vraag stimuleert. Anderzijds kunnen diezelfde technologische verschuivingen de traditionele softwareleveranciers in dit specifieke deelsegment buitenspel zetten.
Het Amerikaanse bedrijfsleven dendert verder, ondanks de chaos op het politieke toneel. Het toont hiermee een bijzondere flexibiliteit, een groot aanpassingsvermogen en een innovatieve dynamiek. Het resultatenseizoen in Europa volgt echter een heel andere trend.
De Europese winstcijfers over het voorbije kwartaal zijn weliswaar beter dan verwacht, of anders gesteld: minder erg dan gevreesd, maar een gemiddeld groeicijfer van 10% (na een voorafgaand kwartaal dat nog een krimp liet optekenen) verbleekt bij de Amerikaanse aanwas van 27,7%. De kloof met de VS wordt hierdoor alsmaar groter. Dit is grotendeels toe te schrijven aan het gebrek aan grote Europese IT-bedrijven (met uitzondering van ASML) die kunnen meesurfen op de grote golf van AI-investeringen.
De positieve bijdragen aan het Europese winstniveau verhullen daarenboven de onderliggende, structurele zwakte van het Oude Continent. De sterke winstgroei in de energiesector reflecteert onze kwetsbaarheid als netto-importeur van energie. In tegenstelling tot de VS worden Europese landen niet alleen opgezadeld met veel hogere energieprijzen, maar zullen ook de overheden hun financiële situatie drastisch zien verslechteren. In de VS wordt hoofdzakelijk de consument geraakt, wat daar deels kan worden opgevangen met gerichte overheidssubsidies.
De tweede belangrijke winstbijdrage in Europa is afkomstig uit de banksector. Deze winsten staan echter niet in verband met productiviteitsstijgingen, maar vloeien voort uit de ‘rentemarge’: het grote verschil tussen de interbancaire vergoedingen die banken ontvangen en de zeer beperkte rente die zij toekennen op spaardeposito’s. Dit verschil dreigt bovendien nog verder op te lopen, gelet op de verwachte reactie van de ECB. De centrale bank zal de beleidsrente naar verwachting verder optrekken naar aanleiding van de stijgende energieprijzen. Hierdoor zullen de olieprijzen natuurlijk niet afnemen (de oorzaak hiervan is immers volledig extern en gelinkt aan het Amerikaans-Iraanse conflict), maar worden de hogere financieringskosten wel rechtstreeks doorberekend aan de Europese consument. Dit jaagt de inflatie verder aan, waardoor Europa economisch nog meer achterop zal hinken. Europa mist de structurele groeidynamiek vanuit de IT-sector en heeft bijzonder weinig in huis om dit te compenseren.
Tot slot is ook de winstbijdrage van de defensiesector vanzelfsprekend gelinkt aan de militaire zwakte van Europa. Om hieraan te remediëren, zijn Europese overheden genoodzaakt hun financiële stromen massaal naar defensie-inspanningen af te leiden. Hierdoor blijft er aan deze kant van de oceaan te weinig kapitaal over om de fundamentele achterstand op het gebied van IT-infrastructuur en innovatie in te lopen.
De geopolitieke spanningen blijven intussen oplopen. Iedere keer dat er hoop ontstaat op een oplossing voor het conflict in Iran of de handelsoorlog met China, wordt deze vakkundig gekelderd. Telkens opnieuw weet de Amerikaanse president de strategische sterkte van zijn tegenstanders mateloos te onderschatten, waardoor zijn roekeloosheid keer op keer uitmondt in nieuwe patstellingen. Vandaar ook dat heftige schommelingen op de markten een dagelijkse routine worden, waaraan u zich maar beter kunt aanpassen.
Houd uw oog intussen op de bal. U weet inmiddels waar die ligt en vooral waar die heen moet.