Met een aanwasbeding kunnen partners elkaar beschermen en de erfbelasting volledig uitschakelen. Minder bekend is dat de techniek even goed werkt tussen broers en zussen. Bovendien bevestigde de minister van Financiën dat bij de uitwerking van een aanwasbeding geen meerwaardebelasting verschuldigd is. Hoe werkt deze techniek precies en wat zijn de spelregels?
Hoe werkt een aanwasbeding?
Bij een aanwasbeding spreken twee of meer personen af dat het aandeel van de eerststervende in een goed dat zij samen bezitten, toekomt (‘aanwast’) aan de langstlevende. Bezitten u en uw partner samen een beleggingsportefeuille, elk voor de helft, dan wordt de langstlevende bij het eerste overlijden eigenaar van de volledige portefeuille. Die verkrijging is in principe vrijgesteld van erfbelasting.
Traditioneel werd het aanwasbeding vooral gebruikt voor de gezinswoning die partners samen aankochten. Omdat samenwonenden en gehuwden intussen fiscaal zo goed als gelijkgeschakeld zijn en er een vrijstelling voor de gezinswoning werd ingevoerd, heeft die toepassing aan belang ingeboet. Voor roerende goederen wint de techniek daarentegen steeds meer terrein, vooral voor beleggingsportefeuilles, maar evenzeer voor aandelen van vastgoedvennootschappen of voor kunstwerken.
Een evenwichtig kanscontract
Het aanwasbeding is een kanscontract. In wezen gaat het om een ruil van kansen: elke partij ruilt de kans dat zij het langst leeft en het hele goed verwerft, tegen de kans dat zij als eerste overlijdt en haar deel verliest.
Om buiten de erf- en schenkbelasting te vallen, moet dat kanscontract evenwichtig zijn. Iedere partij moet een ongeveer gelijke kans hebben om het aandeel van de andere te verwerven en moet een gelijke inbreng doen. Dat is niet het geval wanneer de partijen een sterk verschillende levensverwachting hebben, omdat één van hen bijv. veel ouder of ernstig ziek is. Kleine leeftijdsverschillen (ook bijv. 5 jaar) zijn in principe toegelaten, al bestaan er geen officiële grenzen. Het evenwicht wordt beoordeeld op het ogenblik dat het aanwasbeding wordt gesloten. Onverwachte gebeurtenissen nadien, zoals een ernstige diagnose of een plotse waardestijging van de ingebrachte aandelen, hebben geen invloed. Sinds 2019 aanvaardt de Vlaamse Belastingdienst niet langer dat een ongelijke levensverwachting wordt gecompenseerd met een ongelijke inbreng.
Geen erfbelasting en reserveproof
Omdat een evenwichtig aanwasbeding geen kosteloos karakter heeft, valt de verkrijging door de langstlevende buiten de erfbelasting. Ook schenkbelasting en registratiebelasting zijn niet verschuldigd, en de verdachte periode van vijf jaar die geldt bij een niet-geregistreerde bank- of handgift, speelt hier niet.
Daarnaast biedt de kwalificatie als kanscontract nog een krachtig voordeel: de reservataire erfgenamen kunnen het aanwasbeding niet aanvechten. Omdat het geen schenking is, telt het niet mee bij de berekening van hun reservatair erfdeel. Dat maakt het aanwasbeding bijzonder doeltreffend om de langstlevende partner te beschermen, bijv. in een nieuw samengesteld gezin of wanneer de relatie met een kind verstoord is.
Niet alleen tussen partners: ook tussen broers en zussen
Het aanwasbeding wordt vaak geassocieerd met koppels, maar het is daar niet toe beperkt. Ook broers en zussen kunnen een aanwasbeding sluiten. Voor hen is het voordeel vaak nog groter, want de erfbelasting in de zijlijn is bijzonder zwaar. Erft een broer of zus in Vlaanderen, dan bedraagt de erfbelasting 25% op de eerste 35.000 euro, 30% tot 75.000 euro en 55% op het meerdere. Op een erfdeel van 500.000 euro betaalt een broer of zus aan de gewone tarieven 254.500 euro erfbelasting, meer dan de helft van wat hij of zij erft.
De singlevermindering die sinds 1 januari 2026 geldt voor alleenstaanden zonder partner en kinderen, biedt hier slechts beperkt soelaas. Het verlaagde tarief van 3% en 9% geldt voor maximaal 100.000 euro per nalatenschap en moet bovendien uitdrukkelijk in een testament zijn voorzien. Met een evenwichtig aanwasbeding verwerft de langstlevende broer of zus het aandeel van de eerststervende daarentegen volledig zonder erfbelasting.
Het aanwasbeding biedt zich vooral aan voor broers en zussen zonder partner of kinderen die samen een beleggingsportefeuille, aandelen van een vennootschap of een kunstcollectie bezitten. Dezelfde spelregels gelden: een gelijke inbreng en een vergelijkbare levensverwachting.
Kijk ook verder dan het eerste overlijden. Bij het overlijden van de langstlevende komt het volledige goed in diens nalatenschap terecht. Een goed opgesteld testament, bijv. ten gunste van neven en nichten of van een goed doel, maakt de planning sluitend.
Geen meerwaardebelasting bij overlijden
Sinds 1 januari 2026 worden meerwaarden op financiële activa belast. Dat deed de vraag rijzen of de uitwerking van een aanwasbeding op een beleggingsportefeuille of op aandelen meerwaardebelasting kan uitlokken. Bij het eerste overlijden verschuift het aandeel van de eerststervende immers naar de langstlevende.
De minister van Financiën heeft dat in een antwoord op een parlementaire vraag recent uitgesloten: de uitwerking van een aanwasbeding op financiële activa geeft geen aanleiding tot meerwaardebelasting. De eigendom gaat pas over op het ogenblik van het overlijden en de langstlevende betaalt daarvoor geen prijs. Er is dus geen overdracht onder bezwarende titel, en net die is vereist om meerwaardebelasting te heffen.
Over het sluiten van het aanwasbeding sprak de minister zich niet uitdrukkelijk uit. Omdat hij de overdracht pas bij het overlijden situeert, volgt daaruit impliciet dat ook het sluiten van het beding zelf geen meerwaardebelasting uitlokt.
Het aanwasbeding ontsnapt bij het overlijden zo aan twee heffingen tegelijk: geen erfbelasting en geen meerwaardebelasting.
Uitgesteld is niet kwijtgescholden
Toch is een belangrijke nuance op haar plaats. De meerwaardebelasting wordt bij het overlijden niet kwijtgescholden, maar uitgesteld. Verkoopt de langstlevende de effecten later, dan wordt de meerwaarde berekend op basis van de oorspronkelijke aanschaffingswaarde, ook voor het deel dat van de eerststervende afkomstig is. De waarde op het ogenblik van het overlijden wordt dus niet de nieuwe fiscale aanschaffingswaarde.
Een voorbeeld. Broer en zus starten samen een aandelenportefeuille op voor 200.000 euro, elk voor de helft, en sluiten een aanwasbeding. Wanneer de broer overlijdt, is de portefeuille 400.000 euro waard. Zijn zus wordt eigenaar van de volledige portefeuille, zonder erfbelasting en zonder meerwaardebelasting. Verkoopt zij de portefeuille enkele jaren later voor 500.000 euro, dan bedraagt de belastbare meerwaarde 300.000 euro (500.000 min 200.000 euro) en niet 100.000 euro.
Voor effecten die u al vóór 2026 bezat, geldt in principe de waarde op 31 december 2025 als aanschaffingswaarde, zodat de meerwaarde die tot dan werd opgebouwd, buiten schot blijft. Bewaar daarom zorgvuldig de aankoopstukken en de waardering per 31 december 2025, ook van het aandeel van uw partner, broer of zus. Na het eerste overlijden heeft de langstlevende die gegevens nodig.
Echtgenoten: enkel voor eigen goederen
Ook echtgenoten kunnen een aanwasbeding sluiten, maar enkel voor hun eigen goederen of voor goederen die zij in onverdeeldheid bezitten (bijv. elke echtgenoot bezit 50% van de beleggingsportefeuille als eigen goed). Voor goederen uit de huwgemeenschap is een aanwasbeding niet mogelijk. Wie gehuwd is met scheiding van goederen, heeft geen huwgemeenschap en kan dus voor al zijn goederen een aanwasbeding sluiten. Onder het wettelijk stelsel kan dat enkel voor goederen die u al vóór het huwelijk bezat of tijdens het huwelijk erfde of geschonken kreeg.
Een omweg bestaat erin om gemeenschappelijke goederen via een eenvoudige wijziging van het huwelijkscontract over te hevelen naar de eigen vermogens van beide echtgenoten en nadien een aanwasbeding te sluiten. De Vlaamse Belastingdienst bestempelde dat in het verleden meestal als fiscaal misbruik. Eind 2022 oordeelde het Hof van Cassatie echter dat een dergelijke symmetrische uitbreng uit de huwgemeenschap, gevolgd door een schenking, geen fiscaal misbruik uitmaakt. Dat arrest biedt sterke argumenten om ook een uitbreng gevolgd door een aanwasbeding te verdedigen, al blijft een zorgvuldige uitwerking aangewezen.
Samengevat
- Erfbelasting bij het eerste overlijden: nee
- Schenk- of registratiebelasting: nee
- Meerwaardebelasting bij het sluiten van het beding: nee
- Meerwaardebelasting bij het eerste overlijden: nee
- Meerwaardebelasting bij latere verkoop door de langstlevende: ja, op basis van de oorspronkelijke aanschaffingswaarde
- Aanvechtbaar door reservataire erfgenamen: nee
- Mogelijk tussen: partners, echtgenoten (eigen goederen), broers en zussen
Wilt u met uw partner, broer of zus een aanwasbeding sluiten, of wilt u nagaan of uw bestaande aanwasbeding nog evenwichtig is? B-sure gaat graag samen met u op zoek naar de beste oplossing op maat. Plan gerust rechtstreeks een afspraak in met één van onze financiële butlers.
