Valkuilen voor een ondernemer bij echtscheiding

31-01-2020

De aandelen van uw bedrijf staan op uw naam. Denk niet te snel dat de waarde ervan alleen aan u toekomt bij echtscheiding. In bepaalde gevallen bent u toch een vergoeding verschuldigd aan uw ex-partner!

Als prille twintiger stapt Jan met zijn jeugdliefde An in het huwelijksbootje. Ze trouwen zonder huwelijkscontract. Een aantal jaar later raakt Jan alsmaar meer uitgekeken op zijn job en besluit hij een eigen IT-bedrijf op te starten. Maandenlang heeft hij secuur een deel van zijn loon opzij gezet totdat hij eindelijk voldoende heeft gespaard om zijn bvba op te richten. Alle aandelen worden op zijn naam in het aandelenregister ingeschreven. Hij krijgt geen spijt van zijn keuze. Na een aarzelende start begint zijn bedrijf sterk te groeien. Hij krijgt al het werk al snel niet meer alleen gedaan en begint stelselmatig werknemers aan te werven. Na acht jaar biedt een veel grotere speler op de markt hem zelfs een miljoen euro om zijn bedrijf over te kopen. Van verkopen moet Jan echter niks weten. Hij werkt met hart en ziel aan de verdere groei van zijn bedrijf en is van plan om dat nog lange tijd op zijn geheel eigenzinnige manier te blijven doen. De lange werkdagen en korte weekends eisen helaas hun tol op relationeel vlak. Jan en An vervreemden steeds meer van elkaar en besluiten uiteindelijk om elk hun eigen weg te gaan. Ze maken een afspraak bij de notaris om hun huwelijksgemeenschap te verdelen. Wanneer de notaris hen erop wijst dat An recht heeft op de helft van de waarde van de aandelen van het bedrijf, steigert Jan: “Dat is onmogelijk! An heeft nooit in mijn bedrijf gewerkt. Alle aandelen staan op mijn naam en ik heb er destijds zelf voor gespaard!”, fulmineert hij.

Helaas voor Jan heeft de notaris gelijk. Wat zegt de wet hierover?

Als u gehuwd bent zonder huwelijkscontract, dan wordt de vermogenswaarde van de aandelen in uw bedrijf vermoed tot de huwgemeenschap te behoren, ook al zijn de lidmaatschapsrechten (stemrecht) eigen omdat de aandelen op uw naam ingeschreven staan in het aandelenregister. Enkel als u kunt aantonen dat u de aandelen vóór uw huwelijk bezat of ze tijdens uw huwelijk geschonken kreeg of erfde of dat u het bedrijf opgericht heeft met geld dat u vóór het huwelijk bezat of tijdens dat huwelijk erfde of geschonken kreeg, zijn die aandelen een eigen goed.

Kan u dit bewijs niet leveren, dan kan uw partner bij een echtscheiding de helft van de waarde van de aandelen opeisen.

In ons voorbeeld zijn Jan en An zonder huwelijkscontract getrouwd. Jan verwierf de aandelen van zijn bvba met geld dat hij tijdens het huwelijk verdiende. De vermogenswaarde van de aandelen is dus gemeenschappelijk. Omdat alle aandelen op Jans naam zijn ingeschreven heeft alleen hij recht om te stemmen op de algemene vergadering en om het bedrijf te verkopen.

Welke waarde? Vroeger was bij echtscheiding de waarde van de aandelen op het moment van de uiteindelijke verdeling bepalend. Tussen de start van de echtscheidingsprocedure en de uiteindelijke verdeling kan er echter heel wat tijd verlopen die invloed kan hebben op de waarde van de aandelen (in positieve of negatieve zin).

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht stelt dat bij echtscheiding de waarde van de aandelen bij opstart van de echtscheidingsprocedure bepalend is (lees: op het moment van de dagvaarding in echtscheiding of de neerlegging van het verzoekschrift). Een waardestijging na de opstart van de procedure komt dus alleen aan u toe, maar omgekeerd kunt u een waardedaling nadien ook niet gebruiken om minder te moeten betalen.

Deze nieuwe waarderingsregels zijn alleen toepasselijk voor aandelen die verkregen zijn sinds 01.09.2018. Voor aandelen die u voordien al had, blijft de klassieke regeling gelden (lees: hiervoor geldt de waarde op het moment van de uiteindelijke verdeling).

Hoe de waarde bepalen? Er kunnen heel wat verschillende methodes gebruikt worden om de waarde van de aandelen vast te stellen. Als de aandelen op uw naam staan, heeft u er belang bij te argumenteren dat de vereffeningswaarde van de aandelen bepalend is. Deze houdt immers rekening met latente meerwaardebelasting. U kan discussies tijdens een “vechtscheiding” vermijden door de waarderingsmethode reeds vast te leggen in uw huwelijkscontract. Laat u hierbij alleszins professioneel begeleiden.

Uw bedrijf behoort tot uw eigen vermogen. Denk opnieuw niet te snel dat u bij echtscheiding geen vergoeding aan uw ex-partner verschuldigd bent!

Stel dat Jan zijn bvba oprichtte vóór het huwelijk, of de aandelen tijdens zijn huwelijk geschonken kreeg of erfde van zijn vader, is de situatie dan verschillend?

Ja en neen. Indien u kunt aantonen dat u de aandelen van uw vennootschap vóór uw huwelijk bezat of ze tijdens uw huwelijk geschonken kreeg of erfde (of dat u het bedrijf opgericht heeft met geld dat u vóór het huwelijk bezat of tijdens dat huwelijk erfde of geschonken kreeg), behoren de aandelen tot uw eigen vermogen. Bij een echtscheiding zal uw vennootschap dan ook van u blijven. Uw ex-partner zal m.a.w. niet de helft van (de waarde van) de aandelen kunnen opeisen. Door het nieuwe huwelijksvermogensrecht riskeert u echter soms tóch iets aan uw ex te moeten betalen.

De inkomsten van eigen goederen komen in het gemeenschappelijk vermogen terecht. Uw loon en de dividenden die u uit uw vennootschap opneemt, vallen er dus ook in. U zou echter kunnen overwegen om zo weinig mogelijk loon op te nemen en zoveel mogelijk geld in uw vennootschap op te potten. Daardoor zal uw vennootschap en dus ook uw eigen vermogen rijker worden ten nadele van het gemeenschappelijk vermogen. U benadeelt dan m.a.w. uw partner. Daar wil het nieuwe huwelijksvermogensrecht iets aan doen (nieuw artikel 1432, lid 2 BW).

In geval van bv. een echtscheiding kan uw (ex-)partner eisen dat het gemeenschappelijk vermogen vergoed wordt voor de inkomsten die het misgelopen heeft, m.a.w. voor de inkomsten die het redelijkerwijze ontvangen zou hebben indien u uw beroep zonder vennootschap uitgeoefend zou hebben.

Ter verdediging kan u dan aanvoeren dat het niet wenselijk was om u een hoger loon of dividend toe te kennen, bv. omdat uw vennootschap financiële problemen had, marktconforme investeringen moest doen om inkomsten te behouden of te verwerven, de economie slecht draaide, u zich tegen een sterke concurrent moest verdedigen, de reservering van winst noodzakelijk was om extern kapitaal aan te trekken, … Of u lijst de voordelen op die het gemeenschappelijk vermogen dankzij uw vennootschap genoten heeft, bv. indien u samen met uw (ex-)partner gratis in een woning van de vennootschap kon wonen. Bovendien kan u betwisten dat u zonder vennootschap evenveel verdiend zou hebben, aangezien u dan niet dezelfde risico’s zou genomen hebben omdat uw privé-vermogen niet was afgeschermd.

U kan discussies tijdens een “vechtscheiding” vermijden door de vergoedingsmethode reeds vast te leggen in uw huwelijkscontract.

Wat is het lot van uw aanvullend pensioen bij echtscheiding?

Jan bouwt via zijn bvba een aanvullend pensioen op via een individuele pensioentoezegging (IPT). Zijn vennootschap stort de periodieke premie (die in principe voor 100 % aftrekbaar is). Op 67-jarige leeftijd krijgt Jan een lijvig pensioenkapitaal privé uitgekeerd. Het huwelijk van Jan en An loopt zoals gezegd op de klippen. Mag Jan het aanvullend pensioenkapitaal voor zichzelf houden of moet hij delen met An?

Als zelfstandig ondernemer kan u inderdaad een extralegaal pensioen opbouwen (bijvoorbeeld via een IPT, VAPZ of POZ).

Wanneer u gehuwd bent zonder huwelijkscontract of met een gemeenschapsstelsel gelden bij echtscheiding (nog steeds) de uitspraken van het Grondwettelijk Hof en het Hof van Cassatie uit 2012 en 2013. Die komen hierop neer: het aanvullend pensioen dat opgebouwd werd tijdens het huwelijk is een gemeenschappelijk goed dat bij echtscheiding gedeeld moet worden met de ex-partner (ook al behoren de aandelen van de vennootschap tot het eigen vermogen). Datgene wat opgebouwd werd via premies betaald vóór het huwelijk of ná de echtscheiding zal daarentegen niet gesplitst worden.

Jan zal zijn opgebouwd aanvullend pensioenkapitaal dus moeten delen met An. Maar wanneer?

Scheiden de partners vooraleer het aanvullende pensioenkapitaal verzilverd kan worden (met andere woorden vóór het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd), dan zullen zij moeten overeenkomen wanneer het pensioenkapitaal wordt verdeeld. Deze verdeling kan gebeuren op het moment van de echtscheiding zelf of worden uitgesteld tot het moment van de pensionering. Beide opties hebben voor- en nadelen. Laat u bij de redactie van de echtscheidingsakte bijstaan door een specialist. Bij gebrek aan overeenstemming zal de rechter doorgaans voor de laatste optie kiezen.

Indien u overweegt om te trouwen maar u uw aanvullend pensioenkapitaal niet met uw (ex)-partner wenst te delen bij echtscheiding, heeft u volgende opties:

  • trouwen met scheiding van goederen: er zal geen gemeenschappelijk vermogen ontstaan. Het aanvullend pensioenkapitaal dat u opbouwt tijdens het huwelijk zal u bij echtscheiding niet moeten delen met uw ex-partner.
  • Uitsluitingsclausule in huwelijkscontract: Wanneer u het stelsel van scheiding van goederen te “koud” vindt, kan u ervoor opteren om te trouwen onder het wettelijk stelsel waarbij u in uw huwelijkscontract overeenkomt dat het aanvullend pensioenkapitaal eigen blijft aan de echtgenoot die het heeft opgebouwd. Zodoende vermijdt u dat u bij echtscheiding het aanvullend pensioenkapitaal dat u tijdens het huwelijk heeft opgebouwd moet delen met uw ex-partner, maar bouwt u voor de rest met haar een gemeenschappelijk vermogen op.

Het lot van uw aanvullend pensioen bij echtscheiding is weer brandend actueel. Op 23 januari 2020 diende mevrouw Anja Vanrobaeys (sp.a) in dit kader een wetsvoorstel in, dat via een wettelijke basis meer rechtszekerheid wil bieden over de verdeling van de aanvullende pensioenrechten na echtscheiding in plaats van die verdeling over te laten aan mogelijk verschillende interpretaties door vereffenaars, notarissen of advocaten en rechters. Opmerkelijk is dat zij voorstelt om het tijdens de relatie opgebouwd pensioenkapitaal gelijk te verdelen tussen de partners, ongeacht het gekozen huwelijksvermogensstelsel of samenlevingscontract. De gelijke verdeling zou dus ook automatisch toepassing vinden in een stelsel van scheiding van goederen en bij wettelijke samenwoning.

 

B-sure is vanzelfsprekend een grote pleitbezorger van een wettelijke basis voor de verdeling van aanvullende pensioenrechten bij echtscheiding, maar meent dat de wezenskenmerken van het gekozen huwelijksstelsel daarbij wel steeds dienen te worden gerespecteerd.

Het B-sure family office team heeft over de jaren heen een ruime expertise opgebouwd inzake de valkuilen van een ondernemer bij echtscheiding en kan u derhalve met de nodige raad en daad bijstaan.